Kredietcrisis strop voor duurzaam bouwen?


    Sinds 2007 is het duurzaam bouwen met al zijn potenties grootschalig geadopteerd door opdrachtgevers als projectontwikkelaars, beursgenoteerde bedrijven en beleggers. De vraag naar duurzame gebouwen blijft groeien. Duurzaamheid wordt echter vaak nog gezien als duur en de huidige kredietcrisis noopt tot bezuinigingen. Het gevaar bestaat dat financiële overwegingen als argument gebruikt gaan worden om niet duurzaam te bouwen. Een verkeerde gedachte, meent architect Paul de Ruiter. ”Duurzame en energiezuinige gebouwen zijn flexibele gebouwen van goede kwaliteit, die gezond zijn om in te leven en lang blijven staan. Dat maakt van deze gebouwen zeer lucratieve investeringsobjecten. Helemaal gezien de mogelijkheid dat gebouwen en wijken in de toekomst meer energie gaan opleveren dan ze gebruiken.”

    Gebouwen en wijken kunnen volgens Paul de Ruiter duurzame energieproducenten worden in plaats van milieuonvriendelijke energie-consumenten en dat is een mogelijkheid die een nieuw perspectief werpt op het investeren in de gebouwde omgeving. Hoe hoger de investering, des te meer energie het gebouw levert, des te groter de besparing. Niet alleen in geld, maar juist ook van het milieu. In 1992 al, startte Paul de Ruiter met een onderzoek naar energie-zuinige gebouwen. De belangrijkste stelling in ‘The Chameleon Skin’, een promotieonderzoek aan de TU Delft, is dat gebouwen in de nabije toekomst energieproducenten in plaats van energieconsumenten kunnen zijn. Toen Paul de Ruiter deze stelling in 1992 formuleerde leek hij futuristisch, maar met de huidige stand van de techniek is het heel goed mogelijk om zulke gebouwen te realiseren.

    Dat bewijst bijvoorbeeld het ontwerp voor het C2C PartnerShip. Dit is een reizend expositie-paviljoen / floating front office, dat als praktijk-voorbeeld van het cradle-to-cradle concept door heel Nederland te zien zal zijn. Het gebouw voorziet in zijn eigen behoefte aan energie en water. Hierbij wordt getracht nog iets méér te doen dan strikt noodzakelijk: een teveel aan opgewekte elektriciteit wordt gebruikt voor de LED verlichting in de gevel als communicatiemiddel en een te grote waterzuiveringcapaciteit zorgt ervoor dat overal waar het Ship ligt het oppervlaktewater steeds schoner wordt.

    Ook het fictieve ontwerp van de Zuidkas, een kantoorpand op de Zuidas, is zo’n voorbeeld. In het gebouw kunnen energie- en CO2-stromen worden uitgewisseld en afvalstromen worden omgezet in warmte en energie. De totale uitstoot van het gebouw wordt geminimaliseerd, de energievraag tot een minimum gereduceerd en bovenal wordt een mooie, prettige en gezonde leefomgeving voor mensen gecreëerd.

    “Autarkische gebouwen zijn de toekomst,” aldus Paul de Ruiter. “En het is een misvatting te denken dat energiebesparende en duurzame gebouwen niet architectonisch zijn. Esthetiek en duurzaamheid sluiten elkaar niet uit. Integendeel, energiebesparing is juist aanleiding om vernieuwende en aansprekende architectuur te maken.”

    05.03.2009