Duurzame gebouwen zijn lucratief voor investeerders
Duurzaamheid staat momenteel enorm in de belangstelling. De werkelijke integratie van duurzaamheid in de gebouwde omgeving laat echter nog veel te wensen over. Dat komt doordat er een verkeerd beeld bestaat van de waarde van een investering in duurzaamheid. Dat zegt Paul de Ruiter, directeur en oprichter van het gelijknamige architectenbureau.'Duurzame en energiezuinige gebouwen zijn flexibele gebouwen van goede kwaliteit, die gezond zijn om in te leven en lang blijven staan. Dat maakt van deze gebouwen zeer lucratieve investeringsobjecten. Helemaal gezien de mogelijkheid dat gebouwen en wijken in de toekomst meer energie gaan opleveren dan ze gebruiken.'
Nog zeer recent werd in Nederland de beslissing genomen een energielabel te introduceren voor gebouwen. Dit energielabel moet er onder meer voor zorgen dat gebouwen die minder duurzaam zijn, duurder worden dan gebouwen die wel duurzaam zijn. Het is een initiatief dat het investeren in duurzaamheid mogelijk aantrekkelijker maakt. Dat is nodig, aldus Paul de Ruiter, want de overheersende gedachte is nog altijd dat duurzaamheid �duur� is. Ook zonder wetswijzigingen, labels en subsidies is een investering in duurzame gebouwen en wijken volgens hem echter een slimme, economisch aantrekkelijke en toekomstbestendige investering. �Gebouwen en wijken kunnen duurzame energieproducenten worden in plaats van milieuonvriendelijke energieconsumenten en dat biedt een nieuw perspectief op het investeren in de gebouwde omgeving. Hoe hoger de investering, des te meer energie het gebouw levert, des te groter de besparing. Niet alleen in geld, maar juist ook van het milieu.�
Volgens Paul de Ruiter zouden investeerders hun visie op het rendement van duurzaamheid en energiezuinigheid moeten herzien. In veel Westerse landen wordt duurzaamheid nog steeds gezien als noodzakelijk kwaad en extra kostenpost, terwijl duurzame en energiezuinige innovaties en ontwikkelingen ons leven juist op vele manieren kunnen verbeteren en helemaal niet duur hoeven te zijn. Integendeel zelfs, duurzame en energiezuinige woningen en gebouwen leveren extra winst op in de vorm van energie- en milieuwinst, een betere leefomgeving, minder investeringskosten en een beter economisch rendement.
In 1992 startte Paul de Ruiter met een onderzoek naar energiezuinige gebouwen en op welke wijze de gevel een positieve bijdrage kan leveren aan de energiehuishouding van een gebouw. De belangrijkste stelling in 'The Chameleon Skin', een promotieonderzoek aan de TU Delft, is dat gebouwen in de nabije toekomst energieproducenten in plaats van energieconsumenten kunnen zijn. Toen Paul de Ruiter deze stelling in 1992 formuleerde leek hij futuristisch, maar met de huidige stand van de techniek is het heel goed mogelijk om zulke gebouwen te realiseren. 'Autarkische gebouwen zijn de toekomst en het is een misvatting te denken dat energiebesparende en duurzame gebouwen niet architectonisch zijn. Esthetiek en duurzaamheid sluiten elkaar niet uit. Integendeel, energiebesparing is juist aanleiding om vernieuwende en aansprekende architectuur te maken.'
16.08.2007




