Integrale samenwerking noodzaak voor vernieuwing op de woningmarkt


    De Nederlandse woningmarkt is aan vernieuwing toe en daar is de overheid zich steeds meer van bewust. In toenemende mate wordt aandacht besteed aan leefbaarheid, een gezond binnenklimaat en duurzaamheid. Het aantal mogelijkheden om dat te realiseren is groot, maar een radicale omslag is nog niet tot stand gekomen. De belangrijkste redenen daarvoor zijn het onaantrekkelijke investeringsklimaat en het gebrek aan samenwerking, waardoor het nog niet is gelukt om echt te vernieuwen. Want werkelijke verbetering ligt in de kennisuitwisseling tussen alle partijen, om een integraal ontwerpproces te creëren waarbij alle belangen worden gewogen. Alleen dan kunnen woningen en wijken ontstaan die voldoen aan de behoeften van de opdrachtgever, de bewoners en hun omgeving.

    Duurzaamheid is een breed begrip. Velen associëren het met energiezuinigheid, maar dat is eigenlijk maar één betekenis van wat duurzaam is. De algehele betekenis van het begrip ligt veel meer in levensloopbestendigheid. Het toepassen van energiezuinige technieken die ons helpen duurzamer om te gaan met de aarde valt daaronder, maar ook het flexibel ontwerpen van woningen en gebouwen, waardoor zij langer meegaan omdat hun bestemming mee kan groeien met demografische ontwikkelingen. Of sociale duurzaamheid, waarbij door bijvoorbeeld het creëren van verscheidenheid in typen woningen (voor jong-oud, koop-huur, rijk-minder rijk) degradatie van woongebieden wordt tegengegaan.

    Duurzaamheid in de algehele betekenis van het woord staat momenteel enorm in de belangstelling en dat is steeds meer terug te zien in beleidsplannen en visiedocumenten. De werkelijke integratie van duurzaamheid in de gebouwde omgeving laat echter nog veel te wensen over. Dat komt doordat de huidige bouwwereld conservatief is en nog steeds niet transparant. Ontwerpers kijken te weinig over de grenzen van hun vakgebied heen en (toekomstige) eigenaren stellen de verkeerde eisen aan hun gebouw. Het gaat hen om de beleggingswaarde, flexibiliteit en verhandelbaarheid, niet om de energiezuinigheid en de leefkwaliteit van de uiteindelijke gebruikers van het gebouw. De oplossing ligt in procesdoorbreking. Er moet meer worden geïnvesteerd, in duurzaamheid maar vooral ook in kennisuitwisseling.

    Investeren in duurzaamheid
    Volgens Jan Terlouw van het Platform Energietransitie Gebouwde Omgeving, dat tot taak heeft om het energiegebruik in gebouwen te verminderen en zo het broeikaseffect tegen te gaan, zijn er vooral politieke, economische en organisatorische veranderingen nodig om meer energiebesparing in woningen en kantoren mogelijk te maken. Er is een trendbreuk nodig waardoor er meer geïnvesteerd gaat worden in duurzame energie. In Duitsland, bijvoorbeeld, is een energiewet geïntroduceerd die ervoor heeft gezorgd dat de Duitse zonne-industrie op volle toeren is gaan draaien. En in Nederland is sprake van de komst van een energielabel voor gebouwen, dat er onder meer voor moet zorgen dat gebouwen die minder duurzaam zijn duurder worden dan gebouwen die wel duurzaam zijn. Het zijn initiatieven die het investeren in duurzaamheid aantrekkelijker maken.

    Dat is nodig, want investeren in duurzaamheid voor een leefbaarder Nederland is een nobele gedachte, maar helaas voert economisch rendement op korte termijn nog steeds te boventoon wanneer er een keuze moet worden gemaakt. Economische argumenten winnen het nog altijd van de sociaal-maatschappelijke argumenten. Toch klopt het overheersende denkpatroon niet, dat duurzaamheid 'duur' zou zijn. Ook zonder wetswijzigingen, labels en subsidies is een investering in duurzame gebouwen en wijken een slimme, economisch aantrekkelijke en toekomstbestendige investering. Want gebouwen en wijken kunnen duurzame energieproducenten worden in plaats van milieuonvriendelijke energieconsumenten en dat biedt een nieuw perspectief op het investeren in de gebouwde omgeving. Hoe hoger de investering, des te meer energie het gebouw levert, des te groter de besparing. Niet alleen in geld, maar juist ook van het milieu.

    Kennisuitwisseling
    Met een aantrekkelijk investeringsklimaat voor duurzaamheid zijn we er echter nog niet. Om werkelijk duurzaam te gaan bouwen, wijken te herstructureren en levensloopbestendige en flexibel indeelbare woningen te bouwen, zijn nieuwe oplossingen nodig. En voor het bedenken van nieuwe oplossingen is integraal denken en samenwerken onontbeerlijk. Niet blijven hangen in de eigen belangen en ideeën, maar verder kijken dan dat. Dat is in mijn optiek de organisatorische verandering die Jan Terlouw voor ogen heeft.

    Een goed voorbeeld van zo'n integrale aanpak is het stedenbouwkundige plan van Kroeten-eiland, de laatste fase in de ontwikkeling van de Vinex-wijk Kroeten in Breda. Gemeenten, stedenbouwkundigen, architecten en later ook de bewoners werkten nauw samen in de planontwikkeling. Dat heeft het onder meer mogelijk gemaakt collectief een windmolen aan te schaffen, die op vijf kilometer afstand bij de energiecentrale van Breda staat. 856 Huishoudens van de wijk hebben bij de uitgifte van de grond voor hun woning circa 900 euro betaald voor een aandeel in de windturbine. De windmolen zorgt voor een dekking van zo'n 15 tot 20% van het energieverbruik van het eiland (www.kroetenwind.nl).

    Door voor en tijdens het bouwproces actief de samenwerking en kennisuitwisseling te bevorderen tussen de woningcorporaties, gemeenten, architecten, stedenbouwkundigen, constructeurs, bewoners, wijkverenigingen en alle andere betrokken partijen, kunnen nieuwe duurzame en gebruikersvriendelijke oplossingen tot stand komen en kan efficiënter worden gewerkt. Door te leren van de praktijk en van elkaar en ontwerpen daarop aan te passen kan een omgeving worden gecreëerd die met een minimaal gebruik van energie de juiste condities biedt om optimaal te kunnen functioneren als mens. Om goed te kunnen slapen, efficiënt te kunnen werken en gelukkig en gezond te kunnen leven.

    De toekomst
    De wereld moet beter worden ingericht. Daarvoor zijn interessante inzichten niet genoeg. Echte verbetering ontstaat pas door radicaal in te gaan op de werkelijke behoeften van eindgebruikers, opdrachtgevers en hun omgeving. Alleen zo ontstaat de verplichting om daadwerkelijk bezig te gaan met innovatieve oplossingen die werken en daarmee van invloed zijn op de toekomstige wereld.

    16.08.2007