Duurzame sociale woningbouw
Een ambitie van de opdrachtgevers van appartementencomplex Brongras was het halen van een GPR score van 7,5. Het GPR programma kent vijf onderdelen, waaronder het ontwerpen van levensloopbestendige woningen en extra aandacht voor een gezonde en veilige omgeving. Daarnaast zijn energieverbruik en milieu belangrijk. Op het gebied van milieu wordt vooral gelet op materiaalgebruik en waterbesparing. Wat betreft energieverbruik is er gekozen om te kijken naar passieve besparing: de woningen hebben de woonkamer zoveel mogelijk op het zuiden gericht met veel glas onder een overstek, waardoor de zonnewarmte in de winter optimaal gebruikt wordt en in de zomer geweerd.
Aan de noordzijde bij de slaapkamers wordt juist zo min mogelijk glas toegepast en extra geïsoleerd, zodat het warmteverlies minimaal is. De verwarming of koeling die dan nog nodig is, wordt duurzaam gehaald uit warmte- en koudeopslag in de bodem, gecombineerd met vloerverwarming en -koeling. Het verdeelstation van de warmte- en koudeopslag is zichtbaar in de technische ruimte voor bewoners en vanuit het park voor de omgeving: duurzaamheid mag best gezien worden.
De olieprijs zal de komende jaren steeds verder stijgen, en bij een traditionele installatie stijgen de totale woonlasten van woningen mee. In het bijzonder voor sociale huurwoningen zullen woningcorporaties moeten zorgen voor energiebesparing en alternatieve energiebronnen, niet alleen uit idealisme, maar vooral omdat hun woningen anders voor een grote groep bewoners niet eens meer betaalbaar zullen zijn. Om hun maatschappelijke functie als verhuurder voor alle sociale klassen te kunnen blijven vervullen, zullen corporaties dus hard moeten werken aan de verduurzaming
van hun woningvoorraad.
Naar het project: Brongras, duurzame seniorenwoningen




